Reviews

2009 KM Magazine

2009 KM Magazine

By: Harold Schole

Efrat Zehavi (Haifa, 1974) tekent en schildert met gips, plasticine en was. Ruimtelijk en beweeglijk als een theaterspel. Haar beelden zijn voorstellingen waarin de kunstenares de regie voert, de verhaallijn bepaalt en de karakters uitbeeldt.
Harald Schole bezocht het atelier en zag dat het werkterrein van Zehavi breed is, van driedimensionaal tot performance en video.

Na haar studie beeldende kunst in Jerusalem volgde Efrat Zehavi een Master autonoom aan het Piet Zwart Institute, de vervolgopleiding van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.
De opdracht die zij zich had gesteld was om te onderzoeken of de klassieke waarden verwoord in de Poëtica van Aristoteles nog actualiteit bezitten. In de Poëtica staan aanwijzingen om tot een goede tragedie te komen. De Poëtica is omstreeks 335 v. Chr. geschreven. Oorspronkelijk bestaat het uit twee boeken: één dat verhandelt over tragedie en verhalende literatuur, en de andere over komedie en andere onderwerpen. Alleen het eerste is bewaard gebleven.
Het is geschreven als een collegedictaat en was oorspronkelijk niet voor publicatie bedoeld. Het kan worden beschouwd als een gedetailleerde handleiding.
In het kort stelt Aristoteles dat een tragedie moet handelen over het universele, een eenheid vormen en samenhang bezitten, opgebouwd zijn in de verschillende fasen, een plot hebben en een catharsis (‘reiniging’ van de toeschouwers als functie van de tragedie) te weeg moet brengen.
Met deze klassieke raadgevingen in het achterhoofd werkt Zehavi aan haar oeuvre.
Zehavi gebruikt verschillende materialen: gips, was, plasticine, papier-maché, draad enz., duidelijk heeft ze haar voorkeuren en geeft dat tijdens het gesprek aan.

De instructies uit de Poëtica projecteert Zehavi op de beeldende kunst en zo maakt zij met alleen visuele middelen theater. De scènes die in een theaterstuk chronologisch achterelkaar zijn gezet, plaatst Zehavi in de ruimte. Zij bouwde bijvoorbeeld in een aantal kamers installaties op en bezoekers konden de route door de kamers volgen. Per kamer kregen zij een scène voorgeschoteld en aanschouwde zo de verhaallijn.
Het verhaal met plot vertaalt zij steeds vaker in videoanimaties. Met plasticine, een kneedklei, worden onder andere bekende politieke persoonlijkheden uitgebeeld. De kop en de armen met de handen krijgen de meeste aandacht. Aan het hoofd zitten de best bruikbare details en kenmerken.
Wilde Wilders zwaait zo druk met zijn kleine armpjes dat zijn gezicht helemaal verwrongen raakt, Rita Tovenaar houdt, terwijl haar tovermuts steeds hoger wordt, met een donkere pop in de achtergrond haar verhaal, de kop van Pim Piemel is besmeurd met een taart en een naakte Hirsi Mud haalt twee emmertjes modder.

Zehavi schuwt de confrontatie niet. Het past bij de regels van de Poëtica, ‘’je moeten mensen verschrikkelijke dingen laten zien, dan komt pas de catharsis.’’ Met de kop en de handen kunnen bijna alle gemoedstoestanden worden uitgedrukt. Ze maakt een vergelijking met een klassiek portret, het gelaat en de handen krijgen veel aandacht, de rest is meestal alleen kleding.

Elke persoon heeft voor haar een eigen kleur. In plasticine bestaat wel een huidskleur, maar dat is één van de vele kleuren van Zehavi’s palet. Net als een schilderij wordt het hoofd opgebouwd in verschillende tinten. Vaak begint Zehavi met groen om de massa aan te geven en gaat dan een huidkleur zoeken. Zij hanteert plasticine net zo als olieverf. Het is een kwestie van mengen: oranje, rood etc. met de huidskleur. De schaduwpartijen en diepgelegen plekken worden met groen extra aangezet. De ogen en mond krijgen opvallende kleuren. Ze onderbouwt haar aanpak met de woorden ‘’zonder kleur verveel ik me sneller’’.
Voor haar is het te vergelijken met een schildering, laagje voor laagje wordt het ruimtelijk portret opgebouwd.

De uitgesproken koppen, met kleuren die al van ver af zichtbaar zijn, geven de werkstukken een heftig effect. Het is zeker dat een toeschouwer op de hoogste banken van het theater de voorstelling kan bijwonen.
Hoewel Efrat Zehavi haar materiaalkeuzes niet vooraf heel overwogen toepast, is er een logica in haar benadering. Zij laat zich door haar intuïtie leiden, gebruikt graag materiaal dat voorhanden is en dat blijkt eigenlijk altijd wel raak te zijn.
De uitkomsten van haar onderzoek naar verschillende technieken geven dat aan.
Keramiek leek een goede optie om het werk een permanent karakter te geven, maar het kunstwerk wordt te hard en te zwaar. Bovendien duurt het maakproces te lang, is ingewikkeld en mist het daardoor voor haar de lichtvoetigheid. Het schilderachtige verdwijnt.
In gips mist zij een expressieve uitdrukking en het houdt een afstandelijkheid die ze met moeite overwint. Gips wordt nooit lichamelijk. En in de witte gips voor haar is te weinig te zien, kleur, vaak roodroze, wordt een noodzaak het dramatisch effect te bereiken.

Gekleurde was biedt meer: de mogelijkheid tegelijk te schilderen, te vormen en boetseren. En was kan een werkstuk een huid te geven. Zehavi zegt: ‘’Ik beschouw me zelf niet als beeldhouwer maar een schilder.’’
Zehavi is schilder met veel hang naar ruimte. En zij wil op een heel directe wijze werken, door als schilder ruimtelijk te werken hoeft er niet meer de illusie van ruimtelijkheid gecreëerd te worden.
Sculpturen in de meer dan manshoge installatie Pleader’s Player laten een combinatie diverse materialen zien, zoals rood papier-maché voor de ledematen, gips met een oppervlak van was voor de koppen.
Het is een apocalyptische verzameling beelden en video’s. Mensfiguren met lichte en fel rode huidskleuren zijn gedwongen om te emigreren, andere plekken van bestaan te zoeken en te veroveren. Boven alle conflicten tussen man en vrouw, sexscènes en strijd tussen goed en kwaad stijgt een persoon uit die een loflied op een humane wereld zingt.
Er is veel kleur en kleur hoort bij het leven en het heden.
De kleur huidroze is in het werk dominant aanwezig.
Rood is haar favoriete kleur en met uitleg van de betekenis van de kleur rood vertelt de kunstenaar ook meer over haar werk. ‘’In het Russisch is woord krásná zowel rood als mooi.’’
Roodroze staat voor lichamelijkheid. En rood heeft nog meer betekenissen: liefde, bloed en ook horror.
Zwart/wit en tussentinten associeert Zehavi met minder tastbare beelden, die tinten handelen over het verleden en zijn meer droomachtig.

Plasticine, de kneedklei, heeft haar voorkeur, details kunnen er goed mee worden uitgedrukt en het blijft vervormbaar. Nadelen zijn dat het nooit vormvast wordt, het vanwege de kwetsbaarheid ingepakt (huishoudfolie is voldoende) moet worden en dat je er moeilijk groot mee kan werken. En artistiek inhoudelijk voegt Zehavi een twijfeling toe, op den duur bezit zij te goed de controle over het materiaal. Ze geeft aan dat het te gemakkelijk wordt.

De snelheid van werken met plasticine inspireerden haar om op een performative wijze series portretten te maken. Er is weinig materiaal nodig en gewapend met een digitale camera, printertje en een vel blauw achtergrondpapier creëert zij haar eigen mobiele werkplaats, de Migrate Studio.
Zowel internationale musea als kunstenaarsinitiatieven nodigen haar uit om passanten te portretteren. ‘’Ik denk met mijn handen’’, zegt ze en al pratend met de bezoeker voedt zij haar handen met de indrukken die ze krijgt van de geportretteerde. Het gesprekonderwerp hangt van de locatie af. Om de mensen te leren kennen snijdt ze op een ontspannen wijze belangrijke keuzes in het leven aan en mijdt daarbij complexe thema’s als immigratie, veranderingen en inburgering niet.
De kop van plasticine is niet het eindproduct, sterker nog, het materiaal wordt voor de volgende persoon weer hergebruikt. Van de kop wordt een grote serie foto’s gemaakt. De bezoeker krijgt zijn portret in de vorm van een fotodrieluik. Drie afbeeldingen vormen de afdruk van het verhaal dat die middag zich tussen Zehavi en de bezoeker heeft afgespeeld.
Naast portretten in opdracht is Zehavi een project gestart om gericht portreten te maken, de vrouwelijke kunstenaars van Rotterdam zijn benaderd om op deze wijze te worden vastgelegd.
Alleen het ‘’schilderen’’ met plasticine is voor haar echter een duidelijke doodlopende weg. Zij zoekt naar een balans tussen beweging, snelheid en theatraal effect met vast, sterk en bestendigmateriaal.
Een constante is lichtheid, het ontsnappen aan controle, loutering en verrassing.
De portretten worden steeds meer een hulpmiddel, een tussenfase voor fotografie of voor de videoanimatie. Het zijn studies van het leven, studies naar en belangstelling in de ander.

Recente installaties, zoals Pleader’s Player op de afgelopen Kunstrai, zijn meer allesomvattende portretten, het zijn voorstellingen van gebied of gebeurtenis. De bij de CBK Rotterdam wandvullende installatie De absurditeit van het ongeremde – Oh Rotterdam mijn lief!, een hommage aan Rotterdam en Goya, is een vierluik. En met Aristoteles in gedachten zien we vier scènes van een tragedie. Kleur is minimaal aanwezig.
Het is een portret van de stad en het stedelijk drama is hard en weerbarstig, bestaat uit het wit van de zeemeeuwen en de grijstinten van de vuilniszak. Efrat Zehavi heeft de ziel van haar geliefde stad er mee blootgelegd.

Reacties zijn gesloten.